Range 2

ROYAL HASKONING NIEUWSBRIEF > ZOMER 2008

 

Luchtkwaliteit Europese havens langs de meetlat

De concurrentiepositie van de Nederlandse zeehavens (en dus ook hun economische rol) staat onder druk en de eisen waaraan zeehavens moeten voldoen zijn hoog. De afdeling Duurzame Zeehavens van het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft een visie ontwikkeld op de duurzame ontwikkeling van Nederlandse zeehavens. In het kader hiervan kreeg Royal Haskoning de opdracht een onderzoek te doen naar de luchtkwaliteit van acht, waaronder Amsterdam en Rotterdam zeehavens. Zeven Europese zeehavens en Los Angeles.

image

"In de voorstudie zijn de maatregelen alleen vanuit ecologische invalshoek bekeken," vertelt Hans de Mars, projectleider adviesgroep Water & Ecologie van Royal Haskoning. "Logisch, want de Kaderrichtlijn Water richt zich voornamelijk op de duurzaamheid en de gezondheid van watersystemen. Aan ons de taak te analyseren wat er nog moest gebeuren voor tot uitvoering kon worden overgegaan. Je hebt immers ook nog te maken met grondeigenaren, archeologische vindplaatsen, kabels, leidingen of beschermde gebieden in het kader van Natura 2000. Al deze aspecten beïnvloeden de haalbaarheid van maatregelen."

“Per haven hebben we gekeken of er problemen waren met het overschrijden van normen,” legt projectmanager Franca Sprong uit. “Wij wilden weten welke stoffen dat betrof, welke maatregelen daar op werden genomen en door wie: gemeente, centrale overheid of havenbeheerder.” De problematiek met zwaveldioxide, stikstofdioxide en fijnstof bleek overal ongeveer hetzelfde. Bij overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen (gemeten waarden op een bepaalde plek), schrijft de wet voor dat maatregelen genomen moeten worden om de luchtkwaliteit te verbeteren om de volksgezondheid te beschermen. Het is lastig te achterhalen welke bron nu precies die luchtverontreiniging veroorzaakt op een specifieke plek.

Luchtkwaliteitplan
Franca Sprong: “Gebleken is dat veel havens wel maatregelen willen implementeren om luchtverontreiniging te verminderen, maar niet altijd precies weten wat hun uitgangssituatie is. Rotterdam, Los Angeles en Götenborg blijken voorop te lopen met passende maatregelen; Amsterdam, Antwerpen en Le Havre liggen daar iets op achter.” In haar rapport somt Royal Haskoning een serie maatregelen op. “Wij concluderen dat elke haven een gedegen luchtkwaliteitplan moet opstellen,” vervolgt Franca Sprong, “met daarin omschreven: het gebied, de problemen, de geïdentificeerde bronnen en waar je het beste kunt ingrijpen om te (blijven) voldoen aan de geldende luchtkwaliteitnormen. Een standaard format is er niet, maar door bijvoorbeeld vervoer van de weg af te halen en naar andere modaliteiten over te brengen (spoor en binnenvaart), wordt al veel vooruitgang geboekt. Rotterdam en Hamburg focussen al sterk op die maatregel.”

Lastig
Gerard Snel, adviseur voor het ministerie Verkeer en Waterstaat, benaderde Royal Haskoning vanwege hun expertise op het gebied van luchtkwaliteit. “En die belofte hebben ze merendeels ook waar gemaakt,” vindt hij. “Er zijn nog wel enkele witte vlekken in het rapport, maar dat is inherent aan de tijdsdruk en de soms trage medewerking van internationale havens. Het is moeilijk om gegevens boven water te krijgen, zeker ook omdat je met concurrenten van doen hebt. Ons contact tijdens het onderzoek was prettig, open en informeel en als dat nodig was konden we tijdig bijsturen. Het eindrapport van Royal Haskoning heeft een behoorlijk antwoord gegeven op onze vraag. Een Nederlandse havenexpert van de Wereldbank die het rapport onder ogen kreeg, was zeer enthousiast over de inhoud.”

Franca Sprong was overigens een van de sprekers tijdens de tweede HAQCC (Harbours, Air Quality and Climate Change)-conferentie die op 29 en 30 mei in Rotterdam plaatsvond. In het publiek zaten ook vertegenwoordigers van havenautoriteiten uit de door haar voor het onderzoek benaderde havens. Haar presentatie werd goed ontvangen.

Contactpersoon: Franca Sprong
31 (010 2865 429
f.sprong@royalhaskoning.com