Een blijde boodschap: Seminar-deelnemers reageren op het verhaal van Michael Braungart
Alle respect voor de overige sprekers, maar eerlijk is eerlijk: veel deelnemers van het seminar keken in het bijzonder uit naar de komst van Michael Braungart. Is het zijn verfrissende en onorthodoxe boodschap? Zijn positieve verhaal? Of zijn presentatie zelf, die doorspekt was van verhelderende en soms smeuïge metaforen? Eén ding is zeker: er kleeft iets goeroeachtigs aan deze chemicus en voormalig Greenpeace-activist. Is hij de verkondiger van een blijde boodschap, dé boodschap, of moeten wij nuchtere Nederlanders ons niet zo mee laten slepen? We verzamelden verschillende reacties van deelnemers.
M. de Grooth van ING Real Estate Development Nederland: “Michael Braungart maakt een einde aan het geiten-wollen-sokken imago dat nog steeds een beetje aan dit onderwerp kleeft. Dat is positief. En wat ook goed is; hij relativeert de dingen lekker.” Haar collega E. Prent beaamt: “Ik heb hem al een keer eerder horen spreken. Maar het blijft een inspirerend verhaal. Hij focust op het positieve!”
Jan Vroonhof van Royal Haskoning: “Zijn boodschap is nieuw. We moeten niet langer denken; hoe doen we het minder slecht, maar juist: hoe doen we het goed. Ook zegt hij: consumeren is niet persé slecht. De uitdaging ligt juist in het vinden van nieuwe, creatieve en goede oplossingen. Cradle-to-cradle begint echt hot en hip te worden. Iedereen wil er aan meedoen. De afvalboer zegt bij wijze van spreken: ‘Ik ben ook cradle-to-cradle, want ik verbrand mijn afval!”
Nuchter en zuinig blijven
Ook dhr. Antonowycz van Strukton Worksphere benadrukt het positieve aspect van Braungarts boodschap: “Dertig jaar lang is ons een schuldgevoel aangepraat over het milieu. Maar dat was dus niet helemaal nodig. Ik vond het een inspirerend en positief verhaal. Wel denk ik dat we nog lang niet zover zijn, en dat het goed blijft om in de tussentijd stapjes te blijven maken. Het blijft bijvoorbeeld zaak om vuiligheid uit de lucht te halen, ook al vindt hij dat niet efficiënt. Hij gaat net iets teveel uit van het ideale plaatje.”
D. van der Woerdt van Waterbedrijf Groningen deelt de mening van Antonowycz: “Ik vind het een boeiende basisfilosofie. Wat voor mij echt nieuw was, zijn die materialen die de omgeving verbeteren. Zoals die verf en beton waar hij het over had. Hij kijkt een dimensie verder in het ontwerpen. Niet alleen primair, maar ook secundair en tertiair. Maar ik ben het dus niet eens met zijn uitspraken over reductie van afval en uitstoot. Hij vindt dat niet zo nodig. Ik wel. Hij schets een ideaal plaatje, maar zover zijn we nog niet. In de tussentijd blijft het belangrijk om verantwoordelijk om te gaan met je omgeving. Natuurlijk, Braungart wordt een beetje beschouwd als de nieuwe goeroe. Blijkbaar hebben we daar behoefte aan. Ik wil het eerder zien als een nieuwe denkrichting. Een goede denkrichting, maar laten we het niet als religie zien. We moeten wel zuinig om blijven gaan met het milieu.”
“Dit wordt een hot item!”
J.A. Boswinkel van TNO: “Het was een inspirerend verhaal. Ik had hem al eens eerder horen spreken, maar wat voor mij echt nieuw is, is dat hij blijkbaar al zoveel voetangels in Nederland heeft. Bijvoorbeeld dat hij gesprekken heeft gehad met Balkenende. Dat is spannend, want op het moment dat zoiets politiek wordt, komen er researchfondsen beschikbaar en gaat het meer leven. Wij als TNO kunnen dan ook daadwerkelijk aan de gang met deze ideeën. Dan kunnen we gaan ontwikkelen.”
R. de Bruijn van Van Aarle en Laat: “Een leuk en vernieuwend verhaal. Hij straalt gedrevenheid uit. Zijn ideeën staan nog in de kinderschoenen. Maar op het moment dat zijn verhaal iets breder gedragen wordt, zal het een hot issue worden!”