![]() |
|||||
|
ROYAL HASKONING NIEUWSBRIEF > SPECIALE EDITIE > NAJAAR 2007 |
|||||
|
FOCUS OP > DUURZAAMHEID |
|||||
Anticiperen op de toekomst bij het ontwerpen van onderwijsgebouwenHet Nederlandse onderwijsstelsel is constant in beweging. In de loop der jaren is onze regering overgestapt van klassikaal onderwijs naar competentiegericht, individueel onderwijs. Ook zijn scholen meer projectmatig gaan werken met gebruik van open leercentra. Dat alles vraagt een integrale benadering vanuit zowel de architectuur als de constructie-/installatietechniek bij de (flexibele) inrichting van een onderwijsgebouw. En dat geldt behalve voor het basis- en middelbaar onderwijs nog sterker voor hbo en universiteit.
“Royal Haskoning is al langere tijd betrokken bij de bouw van veel grote onderwijsgebouwen overal in Nederland,” aldus hoofd adviesgroep Constructief Ontwerpen Jan Janssen. “De structuur van een gebouw is zeer belangrijk voor het gebruik nu en in de toekomst. Dragende elementen dienen het flexibel gebruik van het gebouw niet te beperken en de esthetische beleving ervan te ondersteunen. Ook de keuze van materialen speelt een belangrijke rol. Vanuit onze expertise weten wij, dat opdrachtgever, constructieadviseur, installatieadviseur en architect samen integraal moeten kijken hoe zij (binnen de technische mogelijkheden) een zo flexibel mogelijk gebouw kunnen maken voor de gebruiker. Een gebouw is namelijk óók duurzaam als de gebruiker zich er goed in voelt. Als het zich schikt naar wisselend gebruik in de toekomst en een kwalitatief hoogstaand gebouw is.” Gebruikers van schoolgebouwen (directies, besturen) zijn vaak geen expert op het gebied van het functioneel inrichten van een gebouw; zij bouwen vaak maar één maal. Dikwijls krijgt zo’n relatief onervaren gebruiker pas tijdens de ontwerpfase inzicht in wat het wel of niet wil met zijn gebouw. Met fusies van scholen speelt dat nóg sterker: directeuren denken vaak eerst vanuit hun eigen organisatie en dan pas vanuit het geheel. Maar ook veranderingen van leerlingenaantallen van richtingen binnen één schoolsoort vragen flexibiliteit van de indeling. Een voorbeeld: binnen een groot Regionaal Opleidingencentrum (ROC) worden soms wel tientallen verschillende soorten opleidingen aangeboden voor beroepsopleidingen en volwassenenonderwijs. Als je een schoolgebouw bijvoorbeeld zonder verder nadenken inricht kun je als schoolbestuur na verloop van tijd flink in de problemen komen als de situatie flink wijzigt. Niets is zo veranderlijk als de mens. Het kan gebeuren dat bijvoorbeeld een koksopleiding enorm in trek is, maar dat die interesse na een aantal jaren gestaag afneemt omdat er op de arbeidsmarkt meer vraag is naar een autotechnicus of een ICT-er. Je hebt dan een probleem als je gebouw niet al in de ontwerpfase is voorbereid of veranderende wensen. “Daarom ontwerpen wij open gebouwen, waarin je eenvoudig een wisselende indeling kunt realiseren,”aldus Jan Janssen. “En waarbij bij de constructie al anticipeert op toekomstige aanpassingen of uitbreidingen. Een school moet zowel horizontaal als verticaal zonder al te veel problemen kunnen worden uitgebreid. En dat zijn zaken waar je uiteraard in de ontwerpfase al rekening mee moet houden. Architect, constructeur en installatieadviseur moeten als het ware het vakgebied van hun teamgenoten begrijpen voor een goed, duurzaam samenspel in het ontwerp. Royal Haskoning heeft daarbij een voorsprong, omdat wij vanuit ons multidisciplinair werken altijd al integraal naar een gebouw kijken.”
Contactpersoon: Jan Janssen |
|||||