Begeleiding bij externe veiligheid
Bescherming van burgers, groei voor bedrijfsleven
Na de rampen in Enschede en Volendam heeft de overheid versneld maatregelen genomen met wettelijke richtlijnen voor de externe veiligheid. Cornelis Offereins, adviseur milieu en veiligheid bij Royal Haskoning, begeleidt bedrijven en overheden bij de implementatie van deze richtlijnen. “Veiligheid van burgers zonder de economie te schaden, is een vorm van duurzaamheid”.
Rampen zoals in Enschede hebben de urgentie van minimale veiligheidsgaranties voor burgers nog eens versterkt. Sinds enkele jaren beschikt Nederland over het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI), waarin de overheid concreet heeft vastgelegd aan welke eisen de externe veiligheid moet voldoen. Offereins adviseert hier onder meer veel tankopslagbedrijven over: “Deze richtlijn moet de risico’s van opslag en gebruik van toxische en brandbare stoffen beheersbaar houden. Hiermee is het minimale beschermingsniveau voor burgers in ons dichtbevolkte land uitgedrukt in normen.”
Berekening van risico’s
Deze risico’s worden bepaald door de kans op een ongeval af te zetten tegen de mogelijke schadelijke gevolgen. Offereins licht toe: “De kans op een klein ongeval met beperkte omvang is doorgaans groter dan de kans op een ongeval met enorme gevolgen. De risico’s hiervan zijn te berekenen met een Kwantitatieve Risico Analyse (QRA).”
De overheid heeft hiervoor het computermodel Safeti-NL beschikbaar gesteld. Uit de berekeningen met dit nieuwe model blijkt dat met name voor tankopslagbedrijven het berekende risico groter is in vergelijking met andere, eerder gebruikte modellen. Dit kan leiden tot knelpunten in bestaande situaties of gevolgen hebben voor bedrijven die willen uitbreiden. “Nu blijkt dat tankopslagbedrijven met licht ontvlambare stoffen veelal eerder een risicoprobleem hebben met de berekende risico’s dan vroeger. Tankopslagbedrijven kunnen bijvoorbeeld in de knoei komen met hun voorgenomen uitbreidingsplannen.”
Plaatsgebonden- en Groepsrisico
In het BEVI wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden Risico (PR) en het Groepsrisico (GR). In het eerste geval gaat het om de kans op het overlijden van een onbeschermd individu buiten de inrichting, ten gevolge van een ongeval op de inrichting. Het groepsrisico geeft de kans op overlijden aan van een groep personen die zich in de buurt van een inrichting bevinden. Het BEVI geeft voor zogenaamde kwetsbare objecten zoals woningbebouwing, ziekenhuizen, scholen en grote kantorencomplexen een maximale grenswaarde voor het PR. Voor beperkt kwestbare objecten (bedrijven en kleinere kantoren) geldt een richtwaarde voor het PR. In geval van het GR moet de overheid een afweging maken in hoeverre het berekende risico aanvaardbaar is.
Advies en analyse
Royal Haskoning ondersteunt bedrijven en overheden bij het bepalen en interpreteren van de risico’s. “We kunnen daarbij meedenken over milieuvergunningen, maar ook over de praktische inrichting van een bedrijf. Daarnaast zijn we actief betrokken bij de indeling van (nieuwe) bedrijventerreinen”, aldus Offereins.
Royal Haskoning geeft ook strategisch advies aan overheden bij hun plannen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling. Door het BEVI wordt de overheid gedwongen vooruit te denken over de plannen met de ruimtelijke ordening (woonomgeving of bedrijventerreinen).
“Onze kracht is dat we niet alleen duidelijk de resultaten van de risicoberekening presenteren, maar ook de uitgangspunten, berekeningen en aannames helder vastleggen in een rapport. Daardoor wordt de situatie voor klanten inzichtelijk en is het nemen van beslissingen eenvoudiger.”
Voor Offereins is het een uitdaging om zowel de veiligheid van burgers als de groei van het bedrijfsleven te waarborgen. “Alleen dan kunnen we in Nederland duurzaam ontwikkelen, zonder de economie in gevaar te brengen.”
Contactpersoon: Cornelis Offereins
+31 (0)24 3284 223
c.offereins@royalhaskoning.com